Karmelkring Oss nodigt u van harte uit voor4 x twee bijeenkomsten rond het thema: Titus Tegenwoordig.

 

De eerste twee bijeenkomsten zijn op vrijdag 6 oktober en 3 november.

Susan van Driel o.carm zal op 6 oktober de inleiding geven “Titus geraakt en bewogen door Maria” en

Karmelkring Oss zalop3 november het thema verder uitdiepen en het gesprek leiden.

 

Plaats: Pastorie Jozefkerk ,Titus Brandsmaparochie

Oude Molenstraat 6-8 Oss

Tijdstip: 14.00 uur inleiding op het thema en gesprek

16.00 uur afronding van het thema

16.30 wekelijkse vesperviering

‘Kosten: Vrije gave

 

 

 

Titus Brandsma Tijdingen

17 september - 1 oktober 2017

 

Pastor.Buitendijk@tb-parochie.nl

Pastor.Teubner@tb-parochie.nl

 

24 september 2017, 25 e zondag door het jaar Vredeszondag

Zijn jullie kwaad omdat ik goed ben? Dat is de prikkelende vraag waarmee Jezus een van zijn beroemde gelijkenissen eindigt. De gelijkenis heet ‘de werkers van het elfde uur’. Een landeigenaar huurt op de arbeidsmarkt knechten in. Hij belooft hen een dagloon van een denarie, zeg € 50, - . Ze zullen van zes uur ’s morgens tot zes uur ’s avonds aan het werk zijn. Dat is voor die tijd goed betaald. Ze zijn er blij mee. Om negen uur ’s morgens, om twaalf uur ’s middags en ook nog om vijf uur in de middag - het elfde uur – gaat de landeigenaar de arbeidsmarkt op om werkers te huren. Als het donker wordt laat de landeigenaar zijn rentmeester het loon uit betalen. Hij moet beginnen bij de laatsten als eersten zodat de eersten de laatsten zijn die hun geld krijgen. De werkers van het elfde uur krijgen een denarie; die van het eerste uur ook. Zoals te verwachten valt barst er een grote verontwaardiging los. Maar is die terecht?

 

Een denarie – een dagloon- is voldoende om één dag van te leven. Het is een basisbedrag, een minimum inkomen. Meer heb je niet nodig; met minder leef je onder het bestaansminimum. Mag je iemand die werkeloos is maar wel wil werken het bestaansminimum onthouden? Mag je mensen een bestaansminimum ontzeggen als prikkel om hen aan het werk te krijgen? Moeten mensen meer dan wat overeengekomen is verdienen om een verschil in loon te maken? Voor rekenmeesters die graag in geld denken misschien wel. Het is overigens een spontane reactie van mensen om ‘onrecht’ te roepen als een ander hetzelfde krijgt voor minder werk. Maar God denkt anders. Er is ook zoiets als genade, als vrije gift uit goedheid, als zien wat nodig is, als oog hebben voor het geluk van mensen. Gods hart is groter dan het onze. Maar kan het anders? Wij hebben het vermogen goed te zijn. Waarom gebruiken we het te weinig?

 

1 oktober, 26e zondag door het jaar

Jezus is een meester in het stellen van vragen. Als je dat weet ben je op je hoede. Voordat je het goed en wel beseft, tuin je erin. Je geeft antwoord en dan zegt Jezus: “Kijk eens naar jezelf!”. Je kijkt in de spiegel en je ziet een bedonderd gezicht. Dat is meestal niet leuk. Je kunt het beste maar eerlijk toegeven want de spiegel liegt niet. Het verhaal van de twee zonen is zo’n spiegelverhaal. Een man had twee zonen. Hij gebiedt de eerste te gaan werken in de wijngaard. “Ja, vader! ” Maar hij gaat niet. Hij vraagt zijn tweede zoon. “Neen, pa,  ik wil niet!” Maar hij gaat toch. Wie heeft nu de wil van de vader gedaan? Niet moeilijk: de tweede!

Er zijn mensen die zich christen noemen. Maar hun gedrag spreekt van het tegendeel. Er zijn mensen die niks zijn, maar die wel hun hart laten spreken voor mensen in nood. Wie doet nu de wil van God? Niet moeilijk:

de mensen van niks.  Maar is dat dan niet beschamend als wij onszelf christen willen noemen. Veel christenen gedragen zich gelukkig ook als christenen. Maar kunnen we nu zeggen dat ‘de wil van God ‘gedaan wordt in deze wereld? Zou dat christelijk getuigen dan niet veel luider moeten doorklinken in de samenleving? Het zijn van die lastige vragen die Jezus ons stelt. Misschien moeten we een beetje oppassen met antwoorden geven en bij ons zelf te rade gaan: wanneer zeg ik ‘ja’ en doe ik ‘neen’? En ook: zeg ik weleens ‘neen’ en doe dan toch ‘ja’? Misschien zie ik in de spiegel dan ok wel eens gezicht dat me meevalt. Jezus, wil ons nooit ontmoedigen, maar ons wel met beide benen op de grond zetten. Praten over God is mooi en goed, maar Gods wil doen brengt het Rijk Gods wel eerder nabij.

 

26 september 2017 Voltooid Leven.

 

Het zal u niet ontgaan zijn dat Voltooid Leven een belangrijk thema aan het worden is in de samenleving. Het is niet meer een gesprek voor mensen die gespecialiseerd in medische ethiek. Het is een gesprek geworden waar iedereen aan mee doet en waar iedereen een mening over heeft. Op zich is dat een goede zaak. Maar toch…….meespreken over zijn belangrijk onderwerp vraagt toch wel om bezinning.

Wat is leven? Wat is voltooiing? In wiens hand ligt dit? Concreter: wat doe je als een familielid of een vriend je vertelt: “van mij hoeft het leven niet meer. Er is een deur die openstaat. Daar ga ik door heen”. Die ‘openstaande deur’ is een beeld van de mogelijkheid je leven te beëindigen. Die deur is er altijd al. Maar moet de overheid die deur wijder open zetten, het pad naar die deur toe effenen, begeleiders mee geven? Voordat we nu gaan beginnen over de rol van de overheid is het goed om eerst zelf eens te kijken naar wat Voltooid Leven bij ons oproept. Zelfs kun je je afvragen of die woordcombinatie wel klopt. Kortom: een eenduidig antwoord is moeilijk en misschien wel nooit te geven. Daarom is bezinning zo broodnodig.

Op dinsdag 26 september is er in de PAASKERK om 20.00 uur een bezinningsavond waarin dokter Vincent Kirkels en dokter Cunigonda Hol een inleiding zullen houden en met ons in gesprek gaan.

 

Oktobermaand - Mariamaand – Rozenkransmaand

Een meisje kwam thuis met een blos op haar wangen: “Mam, ik het toch zo’n leuke jongen ontmoet. Echt een jongen om van te gaan houden.” “Heb je een afspraakje met hem? ”, vroeg moeder. “Ja”, zei ze opgetogen, “volgende week zie ik hem weer.” “Dan moet je vragen of hij een rozenkrans bij zich heeft”, zei moeder. De volgende week zagen ze elkaar weer, maar wel voor het laatst. Hij had geen rozenkrans bij zich, want hij was niet katholiek. Een rozenkrans was een teken van geloof in God en een teken van vertrouwen op de hulp van Maria. Iedere katholiek had er een. Meestal gekregen bij de Eerste Communie. In veel huisgezinnen werd de rozenkrans knielend voor de stoel gebeden. “Ik voel de ribbels van de kokosmat nog in mijn knieën”, zei iemand.  Lange tijd is het bidden van de Rozenkrans uit geweest. Nu is er enige herleving. Jongeren dragen een rozenkrans om hun nek. Of ze er aan bidden? Wie weet! Ook zijn er mensen die de waarde van het Rozenkransgebed als meditatief gebed opnieuw leren waarderen. In veel parochies is er in oktober weer gezamenlijk Rozenkransgebed. Het gaat om kleine groepjes mensen. “Waar er twee of drie in Mijn Naam bijeen zijn, ben ik in hun midden”. Het gebed van een kleine groep kan een parochie dragen. Misschien zijn er mensen in onze St. Jozefkerk die het initiatief willen nemen. Wie weet!

 

Bezinningsreis naar Dachau ter nagedachtenis aan Titus Brandsma.

Van 2 tot 7 oktober is er een bezinningsreis naar Dachau. 75 jaar geleden is op 26 juli 1942 Titus Brandsma daar gedood. Door uitputting was hij ernstig ziek geworden; in de ziekenhuisbarak heeft iemand hem een dodelijke injectie gegeven. Zo stierf een integer mens een smadelijke dood. Wij mogen hem een martelaar noemen die door zijn levenshouding van Gods liefde voor mensen bleef getuigen.

Het mee maken van een Dachau reis is een bezinning op het leven van Titus, maar ook op ons eigen leven. Wat spreekt mij zo aan in deze tengere figuur, in deze gedreven mens, in deze getuige van waarachtigheid en liefde? Waarin kan en wil ik hem volgen? Hoe is hij voor mij voorbeeldig?

Iets van Titus’ leven in mijn leven waar maken is het volgen van Jezus op zijn weg van liefde die tot het kruis leidde. Kan ik dat? Wil ik dat metterdaad? Op deze reis zullen we Titus ontmoeten: in gebed, in teksten van hem, in het invoelen wat het concentratiekamp Dachau voor plek was.

We zuilen een bezoek brengen aan de zusters Karmelietessen die dicht tegen het kamp aan wonen. Hun Karmel noemen ze “Heilig Bloed”, ter ere van de martelaren die Jezus tot in de dood toe navolgden. Zij hebben deze plaats gekozen als een plaats van gebed en verzoening. De verzoenende en vriendelijke geest van Titus leeft in Dachau. Iedere mens, ook de meest verdorvene, draagt iets van Gods licht mee. Titus wilde dit in zijn beulen zoeken. In het donker van het kamp sporen van licht zien. God is ons altijd nabij. In Dachau zal in onze parochiegemeenschap bij Titus aanbevelen. Dat zijn geest ook in ons midden mag leven!

 

15 September Een dagje Leerdam en Culemborg

Twee parels van steden waarvan we niet wisten hoe schoon ze zijn. De Werkgroep in Uitvoering heeft 50 parochianen laten zien wat voor moois en interessants er te zien is. In Leerdam keken we naar het proces van glas blazen. Heel boeiend!  In Culemborg bezochten we een weeshuis dat van 1560 – 1952  gefunctioneerd heeft. Er hebben in die jaren meer dan 700 wezen gewoond.  In de RK Barbarakerke bewonderden we de Ramen van Barmhartigheid en hielden we een sfeervolle gebedsdienst. Terug in Oss kregen we een heerlijk buffet aangeboden.  De Werkgroep heeft haar plannen goed uitgevoerd. Onze dank!